Vraag en antwoord over het project ‘Schone bronnen’
- Wie doen er mee aan het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’? En waarom werken zij samen?
- Hoe wordt het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ gefinancierd?
- Is er nu dan een probleem met ons drinkwater?
- Hoeveel minder milieubelasting wordt met het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ bereikt?
- Op grond waarvan zijn de stoffen geselecteerd waarmee ‘Schone bronnen’ aan de slag gaat?
- Op grond van welke meetgegevens is bepaald of een stof een knelpunt vormt?
- Er zijn al zo weinig middelen beschikbaar, betekent dit dat we nog meer middelen kwijt raken?
- Wat zijn de resultaten uit de eerste reeks stoffen van ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’?
- Ik wil meedenken over oplossingen. Hoe kan ik mijn bijdrage leveren?
Antwoorden
1. Wie doen er mee aan het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’? En waarom werken zij samen?
‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ is een gezamenlijk project van de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin), de Unie van Waterschappen (UvW), de Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie (Nefyto) en de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO Nederland). De samenwerking leidt door bundeling van krachten en expertise tot praktische en breed gedragen oplossingen. Bovendien past het project binnen het Convenant Duurzame Gewasbescherming, waarin bedrijfsleven en overheid afspraken hebben gemaakt over onder andere het realiseren van praktijkoplossingen voor drinkwaterknelpunten, veroorzaakt door gewasbeschermingsmiddelengebruik.
2. Hoe wordt het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ gefinancierd?
Het ministerie van LNV subsidieert het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’. Het ministerie heeft in juni 2006 subsidie verleend voor het project in 2006 en 2007, en in juli 2008 voor 2008 en 2009. De stuurgroep, Vewin, de Unie van Waterschappen, Nefyto en LTO Nederland investeren samen een in natura een vergelijkbaar bedrag als de toegekende subsidie.
3. Is er nu dan een probleem met ons drinkwater?
Ons drinkwater voldoet aan strenge veiligheidsnormen. Soms worden in de drinkwaterwingebieden (grond- of oppervlaktewater) de normen voor gewasbeschermingsmiddelen overschreden. De winning wordt dan stopgezet, verplaatst naar andere gebieden of het water wordt gezuiverd. Het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ moet er voor zorgen dat dergelijke maatregelen in de toekomst minder nodig zijn.
‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ richt zich daarnaast ook op verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit.
4. Hoeveel minder milieubelasting wordt met het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ bereikt?
Welk percentage reductie van de milieubelasting voor grond- en oppervlaktewater zal worden bereikt, is op dit moment niet te zeggen. De oplossingsrichtingen worden nu gaandeweg geïmplementeerd. Het project is een succes als er breed gedragen oplossingen worden gevonden, die in de praktijk worden geïmplementeerd. Informatie over de reductie van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen over de periode 1998-2005 is te vinden in de Tussenevaluatie van de nota Duurzame gewasbescherming en bij ‘Milieu en stoffen’ op de website van het RIVM. Zie ook Vraag & antwoord Schone bronnen versus tussenevaluatie duurzame gewasbescherming 2006
5. Op grond waarvan zijn de stoffen geselecteerd waarmee ‘Schone bronnen’ aan de slag gaat?
De deelnemers aan het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ selecteren de stoffen gezamenlijk en in overleg met hun achterban. Selectiecriteria zijn:
- of de stof in normoverschrijdende hoeveelheden is aangetroffen;
- de mate van normoverschrijding;
- of de stof een wettelijke MTR1 of ad hoc MTR heeft. Voor stoffen met een ad hoc MTR wordt eerst een wettelijke MTR aangevraagd bij VROM
- of de stof nog gebruikt wordt in de Nederlandse land- en tuinbouw;
- of er aanknopingspunten zijn voor het terugdringen van emissies;
- of de stof representatief is voor het aan te pakken probleem;
- of de stoffen verschillende typen normoverschrijding, verschillende stofgroepen en verschillende teelten en sectoren vertegenwoordigen.
6. Op grond van welke meetgegevens wordt bepaald of een stof een knelpunt vormt?
Er wordt gebruik gemaakt van de monitoringsgegevens van waterschappen en drinkwaterbedrijven van de laatste vijf jaar. Daarbij wordt gekeken welke stoffen in normoverschrijdende concentraties voorkomen (MTR1 voor oppervlaktewater en drinkwaternorm van 0,1 µg/l voor drinkwaterbronnen). Vervolgens wordt gekeken hoe vaak en waar deze normoverschrijdingen voorkomen en hoe groot daarmee de bedreiging voor de oppervlaktewaterkwaliteit en de drinkwatervoorziening is.
7. Er zijn al zo weinig middelen beschikbaar, betekent dit dat we nog meer middelen kwijt raken?
Het is zeker niet het doel van het project ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ om middelen te laten verdwijnen. Het project zoekt juist naar praktische mogelijkheden om te voorkomen dat middelen in normoverschrijdende hoeveelheden in het grond- en oppervlaktewater terecht komen.
8. Wat zijn de resultaten uit de eerste reeks stoffen van ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’?
Vewin, de Unie van Waterschappen, Nefyto en LTO Nederland hebben in 2004 / 2005 drieënveertig mogelijke oplossingsrichtingen vastgesteld. Hieruit zijn diverse resultaten en lopende acties voortgekomen.
Naast de feitelijk acties, is een belangrijk resultaat dat, mede door ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’, op bestuurlijk niveau een goede verstandhouding tussen Vewin, de Unie van Waterschappen, Nefyto en LTO Nederland is ontstaan.
9. Ik wil meedenken over oplossingen. Hoe kan ik mijn bijdrage leveren?
U kunt contact met ons opnemen via e-mail: info@schonebronnen.nl of telefoon: 070 – 318 44 44 (Schuttelaar & Partners, Léon Jansen, projectbegeleiding).
1 MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico): Waarde die aangeeft bij welk blootstellingsniveau of bij welke concentratie het risico voor mens, plant of dier maximaal toelaatbaar wordt geacht. Zie voor meer informatie de Helpdesk Water.
