Vraag en antwoord ‘Schone bronnen’ versus ‘Tussenevaluatie duurzame gewasbescherming 2006’
Half januari 2007 is de ‘Tussenevaluatie duurzame gewasbescherming 2006: milieu’ openbaar gemaakt. De evaluatie is door het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) uitgevoerd op verzoek van het Ministerie van LNV en VROM in het kader van het project ‘Tussenevaluatie duurzame gewasbescherming 2006’.
Onderstaand vindt u enkele vragen en antwoorden met betrekking tot de relatie tussen ‘Schone bronnen’ en deze tussenevaluatie.
- Wat is de relatie tussen ‘Schone bronnen’ en de ‘Tussenevaluatie duurzame gewasbescherming 2006: milieu’?
- Heeft ‘Schone bronnen’ bijgedragen aan deze resultaten? Is de bijdrage te kwantificeren?
- Waarom heeft het project ‘Schone bronnen’ deze tussenevaluatie niet afgewacht?
- Hoe komt het dat in de tussenevaluatie andere stoffen als knelpunten naar voren komen dan de geselecteerde stoffen van ‘Schone bronnen’?
Antwoorden
1. Wat is de relatie tussen ‘Schone bronnen’ en de ‘Tussenevaluatie duurzame gewasbescherming 2006: milieu’?
Het project ‘Schone bronnen’ draagt bij aan het realiseren van twee doelstellingen uit de Nota Duurzame Gewasbescherming die in de ‘Tussenevaluatie duurzame gewasbescherming 2006: milieu’ zijn geëvalueerd, namelijk: het reduceren van knelpunten in de drinkwatervoorziening en het verminderen van milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen.
2. Heeft ‘Schone bronnen’ bijgedragen aan deze resultaten? Is de bijdrage te kwantificeren?
Het is nu nog te vroeg om de resultaten van ‘Schone bronnen’ te bekijken. De vermindering van milieubelasting is niet direct te zien in meetgegevens. In oppervlaktewater kunnen resultaten binnen drie tot vier jaar zichtbaar zijn, in grondwater kan het tientallen jaren duren voordat effecten zichtbaar zijn.
Bovendien is ‘Schone bronnen’ zeker niet de enige speler in het veld. De vermindering is een optelsom van de inspanningen van vele partijen. Ook de wijziging in het toelatingsbeleid en het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij hebben een belangrijke steen bijgedragen.
3. Waarom heeft het project ‘Schone bronnen’ deze tussenevaluatie niet afgewacht?
Het project ‘Schone bronnen’ is al in 2004 van start gegaan en kent haar eigen deadlines. We zijn aan de slag gegaan met stoffen die door de Vewin en Unie van Waterschappen als knelpunt zijn aangewezen. Daarbij is gebruik gemaakt van dezelfde monitoringsgegevens die ook bij de tussenevaluatie zijn gebruikt.
4. Hoe komt het dat in de tussenevaluatie andere stoffen als knelpunten naar voren komen dan de geselecteerde stoffen van ‘Schone bronnen’?
‘Schone bronnen’ heeft naast het overschrijden van de drinkwaternorm en/ of de waterkwaliteitsnorm ook andere selectiecriteria gehanteerd. Bij de selectie is bijvoorbeeld rekening gehouden met ad hoc MTR’s1 . Stoffen waarvoor de verwachting bestond dat deze geen probleemstof meer zullen vormen bij toetsing aan de nieuwe MTR, zijn niet geselecteerd. Bij de selectie is daarnaast ook rekening gehouden met spreiding in toelatinghouders, teelt en type stof.
Een andere reden voor mogelijke verschillen is dat in het overzicht van het MNP alleen probleemstoffen in het oppervlaktewater zijn weergegeven. ‘Schone bronnen’ heeft bij de selectie van stoffen ook normoverschrijdingen in grondwater meegenomen.
1 MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico): Waarde die aangeeft bij welk blootstellingsniveau of bij welke concentratie het risico voor mens, plant of dier maximaal toelaatbaar wordt geacht. Zie voor meer informatie de Helpdesk Water.
