Werkwijze
Gewasbeschermingsmiddelen dragen bij aan een constante en betaalbare aanvoer van agrarische producten van hoge kwaliteit, door het bestrijden van ziekten, plagen en onkruiden. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw kan echter leiden tot een ongewenste uitstoot van middelen naar grond- en oppervlaktewater. Monitoringsgegevens van drinkwaterbedrijven en waterschappen laten zien dat de drinkwaternorm1 respectievelijk het Maximaal Toelaatbaar Risico-niveau (MTR)2 voor enkele stoffen in grond- en oppervlaktewater worden overschreden. ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ werkt aan oplossingen voor deze normoverschrijdingen. De werkwijze wordt hieronder toegelicht.
2008-heden
Stuurgroep heeft vijftal aandachtsgebieden benoemd die aandacht behoeven omdat vanuit deze toepassingen nog regelmatig te hoge emissie naar water plaatsvindt. De aandachtsgebieden zijn:
- gewasbeschermingsmiddelen in de glastuinbouw
- insecticiden in de fruitteelt en laanboomkwekerij
- herbiciden in akkerbouw
- gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door loonwerkers in de maïs
- herbiciden in grasland en de teelt van graszaad en granen
Voor elk van deze aandachtgebieden is, op basis van tevoren samengestelde documentatie, in één of twee twee expertmeetings gediscussieerd over het knelpunt, emissieroutes en oplossingsrichtingen. De uitkomsten zijn verwerkt in een factsheet voor ieder aandachtsgebied, op basis waarvan de stuurgroep een overkoepelend en samenhangend uitvoeringsprogramma heeft vastgesteld. Onder aansturing van de stuurgroep worden de oplossingsrichtingen samen met partners geïmplementeerd in de praktijk. Door te focussen op emissieroutes binnen een aandachtsgebied in plaats van op individuele stoffen worden meerdere stoffen tegelijk aangepakt. Ook wordt voorkómen dat terugdringing van de emissie van één stof leidt tot meer emissie van een andere, vervangende stof.
2004-2007
Aan de hand van selectiecriteria heeft de stuurgroep van ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ een tiental stoffen geselecteerd. Vervolgens is per knelpunt een gedetailleerde probleembeschrijving opgesteld (de factsheet) met gegevens over het gebruik, de toelating, de normen in grond- en oppervlaktewater, het aantal en de mate van normoverschrijdingen en mogelijke correlaties tussen normoverschrijdingen en typen teelt.
Op basis van deze factsheets is in twee expertmeetings per stof – gediscussieerd over het knelpunt, emissieroutes en oplossingsrichtingen. De uitkomsten zijn verwerkt in een uitvoeringsprogramma per stof. Ieder uitvoeringsprogramma bevat: een probleembeschrijving, de mogelijke emissieroutes, de oplossingsrichtingen en de basisgegevens. Onder aansturing van de stuurgroep zijn de oplossingsrichtingen samen met partners geïmplementeerd in de praktijk.
In 2007 zijn de behaalde resultaten van Schone bronnen gepresenteerd tijdens de landelijke bijeenkomst ‘Schone bronnen voor drinkwater’. Regionale knelpunten en oplossingen worden daarnaast in regiobijeenkomsten ‘Schone bronnen, in eigen regio’ onder de aandacht gebracht van agrariërs, loonwerkers, voorlichters en de gewasbeschermingshandel.
Achtergrond
‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ is een initiatief van de Vewin, de Unie van Waterschappen, Nefyto, LTO Nederland, het Ministerie van LNV en het Ministerie van VROM (de stuurgroep) om knelpunten in grond- en oppervlaktewater, veroorzaakt door gewasbeschermingsmiddelengebruik in de land- en tuinbouw, gezamenlijk op te lossen.
‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’ vloeit voort uit het Convenant Duurzame Gewasbescherming en draagt bij aan het realiseren van twee doelstellingen uit de Nota Duurzame Gewasbescherming, namelijk het reduceren van drinkwaterknelpunten en het verbeteren van de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Tevens draagt Schone bronnen bij aan de doelstelling van de Kaderrichtlijn Water: het behalen van een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in 2015.
Het ministerie van LNV subsidieert ‘Schone bronnen, nu en in de toekomst’. In juli 2008 is subsidie toegekend voor 2008 en 2009. Vewin, de Unie van Waterschappen, Nefyto en LTO Nederland investeren in natura eenzelfde bedrag als de toegekende subsidie.
Voetnoten
1 Voor alle stoffen geldt in grond- en oppervlaktewater de drinkwaternorm 0,1 µg/l. Het drinkwater zelf is overigens altijd van goede kwaliteit door de gehanteerde zuiveringsmethoden.
2 MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico): Waarde die aangeeft bij welk blootstellingsniveau of bij welke concentratie het risico voor mens, plant of dier maximaal toelaatbaar wordt geacht. Zie voor meer informatie de Helpdesk Water.
